Vrouwelijke erfgenamen die het maakten

Posted by on Jun 11th, 2012 and filed under TOPVROUW. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0. You can skip to the end and leave a response. Pinging is currently not allowed.

Ze waren de vrouw of dochter van. Zijdelings betrokken bij het bedrijf van hun man of vader. Tot het moment dat zij door een ongelukkige speling van het lot zelf op de directeursstoel moesten plaatsnemen. ‘Op vrijdag werd hij gecremeerd, op maandag zat ik in zijn stoel op de zaak.’

‘Hij is in mijn armen gestorven.’ Carin Wormsbecher was 41 jaar, haar man Gerard Bartelds was 56. Het gebeurde ineens, hij zakte ’s avonds in bed in elkaar. Zij wilde net gaan slapen, hij lag nog even televisie te kijken. Ineens maakte hij rare geluiden en werd hij zichtbaar misselijk, waarna hij nog net kon uitbrengen dat hij zich ontzettend beroerd voelde. Tegen de tijd dat de huisarts kwam, was hij reeds overleden. Een fatale hersenbloeding. Gerard Bartelds en Carin Wormsbecher waren op dat moment tien jaar getrouwd. Ze hadden elkaar leren kennen op het werk en waren verliefd geworden. Carin Wormsbecher lacht. ‘Origineel hoor, verliefd worden op de directeur.’ Uit een eerder huwelijk hadden beiden al kinderen: hij twee zoons, zij een dochter. En hoewel zijn dood uit het niets kwam, had hij zijn testament goed op orde. Haar man had alles aan haar en de kinderen nagelaten: de boerderij waar het stel nog woonden en de drukkerij die hij jaren daarvoor had overgenomen. Zij kreeg het vruchtgebruik over het kindsdeel, na haar eigen dood zou wat over was naar de kinderen gaan. Wormsbecher: ‘Hij zei altijd dat zijn kinderen hun leven al erg goed op orde hadden.’ Ondanks zijn laatste wil, besloot ze toch het kindsdeel uit te keren. Omdat ze geen idee had wat er met het bedrijf zou gebeuren nu haar man er niet meer was, besloot ze het huis te verkopen en dat geld aan de kinderen te geven. Drukkerij Wedding was voor haar overgebleven.

Het leven van Carin Wormsbecher kwam in een stroomversnelling terecht. ‘Op vrijdag werd hij gecremeerd, op maandag zat ik in zijn stoel op de zaak.’ Ze was altijd de zogeheten meewerkend echtgenote geweest, maar zijn functie had ze nooit hoeven vervullen. ‘Omdat Gerard niet kon delegeren, was niet alleen hij, maar ook de zaak overleden.’ Ze vroeg het personeel om hulp. ‘Ik zei: we moeten verder. Het enige wat ik had, was een zelfvertrouwen van min honderd en een kaartenbakje met wat namen erin. Ik was niet de domste, maar ook niet de meest denderende scholier.’ Ze besloot non-stop te werken om het bedrijf draaiende te houden. Haar idee was: als Wedding blijft bestaan, blijft Gerard ook leven. De oudste zoon van haar man sprong ook in. De zaak liep goed; na een jaar bleek uit de balansoverzichten dat het bedrijf beter draaide dan ooit. En toen kwam de klap. Gedurende 48 uur huilde ze aan een stuk door, waarna ze vier weken intensief in een rouwproces dook. ‘Het was een donkere, zware en heel moeilijke tijd. Een goede psycholoog heeft me geholpen, waardoor ik mijn verdriet beter kon verwerken.’ Intussen durft ze eindelijk toe te geven dat ze het werk fantastisch vindt. ‘Ik heb me daar lang schuldig over gevoeld. Het ondernemen trok me altijd wel aan, maar natuurlijk niet op deze manier. Ik zat toch op de stoel van Gerard, het was zijn bedrijf. Daarom hield ik het succes van Wedding lange tijd bij mezelf vandaan.’

Ze legde de sleutel van het succes bij de erfenis van haar man en bij de andere mensen die bij Wedding werkten. Tegelijkertijd liep ze tegen een probleem aan: de zoon van haar man. Het bleek dat de twee een heel andere kijk op managen hadden. Haar gevoelsmatigere manier van leidinggeven botste steeds vaker met de visie van haar stiefzoon, die de manier van zakendoen van zijn vader had geërfd. ‘Die meningsverschillen liepen uit de hand. Ik merkte dat mensen tegen me in het harnas werden gejaagd en dat er een tweedeling ontstond binnen het bedrijf.’ Het spel werd hoog gespeld, maar Wormsbecher gaf niet op. Twee jaar na het overlijden van haar man, zei zijn zoon dat hij vertrok om zijn eigen drukkerij op te zetten. ‘Het was de juiste, maar ook een afschuwelijke beslissing. Doordat we zakelijk uit elkaar gingen, werd privé ook een streep getrokken door onze relatie. Ik wist dat ik daardoor de kleinkinderen niet meer zou zien.’

Ze zegt in die tijd veel te danken te hebben gehad aan goede vrienden, die meermaals bevestigden dat zij de juiste persoon was op de juist plek. ‘Het was een lastig proces, maar ik kijk er goed op terug. Dit is mijn weg, ik moest zijn waar ik nu ben.’ Mocht iemand daar nog aan twijfelen, dan laten in elk geval de cijfers dat zien. Het bedrijf is acht jaar later twee keer zo groot, heeft 25 mensen in dienst – waarvan twintig procent met een handicap – en een jaaromzet van 2,5 miljoen euro. En onlangs heeft Wormsbecher een drukkerij overgenomen in België. Wellicht de eerste uitbreiding naar meer nationale en internationale vestigingen.

Truus Klaij (53): ‘Het was heel goed om bezig te zijn. Van thuiszitten word je niet vrolijker.’

Haar man was directeur-eigenaar van MKP Promopack BV, een middelgroot verpakkingsbedrijf dat eerder onderdeel was van een grote multinational. In 1998 nam de Henri Klaij het bedrijf met succes over en in 2003 verhuisde het naar een groter pand. Deze verhuizing was nog maar net achter de rug toen hij ziek werd. Niet veel later – het was begin 2005 – werd uitgezaaide prostaatkanker geconstateerd. Truus Klaij (53) kijkt terug op een verdrietige tijd: ‘Hij heeft nog een half jaar gewerkt en is na een lang en zwaar ziekbed op 16 mei 2006 overleden.’

Truus Klaij bracht vele uren door aan zijn bed met een blocnote. Zij deed al jarenlang de financiële zaken vanuit huis en het was voor haar man meteen duidelijk dat zijn vrouw het bedrijf moest gaan leiden. Hij besloot haar zoveel mogelijk uitleg te geven in de tijd die hem nog restte. Een goede vriend, zelf ondernemer, beloofde zijn vrouw bij te staan. Klaij nu: ‘ik had geen keus, daardoor kon hij in vrede gaan.’ Na zijn sterfdag begon ze officieel als directeur, al kon ze niet direct op zijn stoel in zijn kamer zitten. ‘Daar voelde ik me te klein voor en ik wilde zijn plaats niet innemen.’ Voorlopig werkte ze daardoor op het bedrijfskantoor van de zaak. Daar zou ze het meeste van opsteken, omdat daar alles samenkomt wat er in het bedrijf gebeurt. Omdat ze besefte dat ze op papier al het nodige wist, maar in de praktijk nog veel moest leren, vroeg ze haar medewerkers om hulp. Vanaf dat moment was ze elke ochtend om kwart over zeven op de zaak. ‘Het was natuurlijk even wennen. De eerste dag had ik direct een ontslaggesprek. Het contract van een administratief medewerkster werd niet verlengd. Dat was moeilijk, maar het kon niet anders. Wat moet, dat moet.’ Ze ziet nu hoe ze moeilijkheden niet uit de weg gaat. ‘Ik ben mijn angsten geheel kwijtgeraakt. Ik probeer me fair op te stellen en recht door zee te handelen. En als ik het even niet meer weet, slaap ik er een nachtje over. De volgende ochtend weet ik meestal het antwoord.’

Het was een grote omslag voor Truus Klaij. Ze deed vroeger dan wel de financiën, maar het grootste deel van haar leven was ze moeder voor haar twee dochters. De vermoeidheid sloeg dan ook toe. Haar oudste dochter Joyce Klaij besloot in te springen. ‘Nadat we daar natuurlijk lang over gesproken hadden.’ Voor haar studie moest ze nog een eindstage lopen en dat besloot Joyce te doen bij het bedrijf van haar moeder. Nu zitten moeder en dochter op het kantoor van Henri. De moeder is trots: ‘Ze is projectmanager en maakt onderdeel uit van het managementteam.’ De samenwerking gaat goed en het bedrijf groeit langzaam naar een sterkere positie toe. Truus Klaij stelde met het managementteam een businessplan op voor drie jaar. ‘We zitten in het derde jaar en liggen op schema.’ Ze benadrukt wel meteen: ‘maar we zijn er nog lang niet.’ Zo heeft MKP Promopack maar één grote klant, een beetje te kwetsbaar naar Klaij’s zin. ‘We werken aan een verbreding van onze basis.’

De afgelopen jaren stonden in het teken van hard werken. ‘Op het moment dat ik hier ben, voel ik me goed.’ Thuis komen de muren nog wel eens op haar af en slaat het verdriet toe. Haar droom is dan ook om, als het bedrijf stevig in het zadel zit, een tijdje vrij te nemen. Dan wil ze zich even terugtrekken in de natuur, waar ze wil terugkijken op de afgelopen jaren en wellicht aan het echte verwerken toekomt. ‘Ik heb gemerkt dat het heel goed was om bezig te zijn. Van thuiszitten word je niet vrolijker.’ Direct voegt ze daar aan toe: ‘maar je leeft niet, je werkt.’ Ze heeft het gered, vooral door zichzelf te zijn, zegt ze. Zo is haar zelfvertrouwen gegroeid en haalt ze veel voldoening uit haar werk. Het bedrijf wordt op haar manier geleid. ‘We investeren weer voorzichtig, waardoor de medewerkers voelen dat het goed gaat. Vorig jaar hebben we voor het eerst een personeelsuitje georganiseerd. We zijn met het hele bedrijf gaan varen. Ineens was ik mijn dochter kwijt, totdat ik hoorde dat ze boven op het dek was. Daar hebben we samen flink staan huilen. Het blijft vreselijk jammer dat haar vader, mijn man, ons niet kan zien.’ Ze is even stil. ‘Al denk ik dat hij ons wel ziet.’

Jacobien Louwes (59) ´Als vrouw in een mannenwereld krijg je veel ongevraagd advies.’

De ouders van Jacobien Louwes (59) bezaten een akkerbouwbedrijf met tachtig hectare grond op het noordelijkste puntje van Nederland. Met haar zus had Jacobien Louwes afgesproken dat, wat er ook gebeurde, zij altijd met het bedrijf zouden doorgaan. Van verkopen was absoluut geen sprake. Maar onverwachts kwam de dag dat ze de daad bij het woord moesten voegen. In 1999 overleed haar vader en korte tijd later ook haar moeder. ‘Ze waren nauw met elkaar verbonden.’

Louwes was net 50 jaar en had een loopbaan achter de rug als verpleegkundige en huismoeder in de Randstad. De twee zussen bespraken de optie om het bedrijf te verpachten aan een derde, maar Louwes besloot een andere weg in te slaan. ‘In de tijd dat mijn moeder ziek was, heb ik veel op en neer gereisd om voor haar te zorgen. De lange autoritten gaven me veel tijd om na te denken.’ Ze was gescheiden en haar laatste dochter was net het huis uitgegaan. De wereld lag aan haar voeten, ze kon alle kanten op. Aangezien haar zus haar internationale baan niet wilde opgeven, besloot ze het bedrijf zelf te gaan leiden. Wel bereidde ze samen met haar zus de overname goed voor. ‘We wilden dat onze neuzen dezelfde kant op stonden omdat het een familiebedrijf is. We hebben daarom een maatschap opgericht waarin ook mijn drie dochters zitten.’

Jacobien Louwes verkocht haar huis, laadde haar spullen in en reed noordwaarts naar de boerderij. Wennen was het wel. Een nieuw leven, afscheid nemen van vele vrienden in het westen: het was eenzaam en ze moest fysiek hard werken. ‘Ik heb geluk gehad omdat ik nog veel mensen kende van vroeger. Ik was nog steeds verbonden met deze streek. Het is heel wonderlijk, dat raak je niet snel kwijt.’ Omdat haar hart altijd in de zorg had gelegen, besloot ze de akkerbouw te combineren met twee nieuwe gastenkamers aan huis. ‘Het is wat anders dan de verpleging, maar je kunt toch voor mensen zorgen. Daarnaast krijg je door de gasten aanloop, leuke ontmoetingen en mooie verhalen. Ik word er heel vrolijk van.’

Intussen ging de enige vaste medewerker van haar ouders in de VUT. Een aderlating aan ervaring, maar Louwes kwam op het lumineuze idee om een jongen in te huren met de hogere landbouwschool op zijn c.v. Het is een goede match. ‘Hij begeleidt me fantastisch en niet alleen hij. Ook word ik ondersteund door familie uit de buurt en mijn zus op afstand. Ik ben hier wel opgegroeid, heb er tot mijn achttiende gewoond, maar wat wist ik nog?’ Intussen teelt ze bieten, granen en sinds een paar jaar ook uien. Als het druk is, huurt ze uitzendkrachten in. ‘Het is flink doorwerken, maar ik heb ondervonden dat ik me nog steeds graag in iets vastbijt. Dat is prettig om te weten, want je gaat toch een verantwoordelijkheid aan.’ Wel merkt ze hoe ze van een vrouwenwereld – de zorg – in een mannenwereld is terechtgekomen. ‘Ik heb net een nieuwe tractor gekocht en dan neem je even de tijd. Welke koop je? Als vrouw krijg je op die momenten veel ongevraagd advies.’

Desalniettemin is de stap die ze heeft gezet een goede gebleken, al vindt ze het nog steeds spannend. ‘Elk jaar is weer anders.’ En ze weet nu ook: boeren, dat is emotie. ‘Ik ben verbaasd hoe ik emotioneel verbonden ben met dit kleine stukje aarde. Ik hoop dat het goed blijft gaan, zodat de kinderen het kunnen voortzetten.’ Ze moet lachen. ‘Wij zijn een enorme vrouwenfamilie. Maar nu heeft een van mijn drie dochters een zoontje van twee jaar. Het is grappig om te zien hoe een jongen op de boerderij loopt. Hij wil meteen op tractoren zitten.’ Ze is nu 59 jaar, maar peinst er nog niet over om te stoppen. ‘Ik houd het nog goed vol. Mijn pensioen, daar denk ik niet aan. Ik kan heel eenvoudig leven en heb nog altijd een enorme tuin waar ik energie uit kan putten.’

Tekst Willemijn van Benthem / Dit artikel is eerder gepubliceerd in Brookz

Follow CEO_ME on Twitter

CEO me! Handboek voor ambitieuze vrouwen – en mannen is uit.

“Knappe prestatie” en “niet het zoveelste boek over topvrouwen te zijn, maar juist een boek over ménsen” (Management Team)

“De auteurs hebben smeuïge verhalen boven water gekregen” en “onderhoudend en adviezen genoeg in dit boek”(NRC)

Benieuwd naar de persoonlijke inzichten, verhalen en beste carrièreadviezen van Nederlandse topmannen en topvrouwen?
Laat onder meer Jan Kalff, Mirjam Sijmons (ANWB), Pauline van der Meer Mohr (Erasmus), Karel Vuursteen en Caroline Princen (ABN Amro) je meenemen naar hun werkkamers en kijk de kunst af voor de tocht naar een topfunctie.

Bestel hier het boek.. We berekenen geen verzendkosten.

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

HTML tags are not allowed.

Photo Gallery