Vrouwen met een partner en kinderen hechten het minste belang aan een eigen inkomen. Zij menen een gelijkwaardige regeling te zijn aangegaan met hun partner, waarbij de partner voor het (hoofd)inkomen zorgt, en zij voor de kinderen. Zij denken niet dat hen iets kan overkomen dat hun positie negatief beïnvloedt, zoals scheiding, werkloosheid en ziekte.
Jonge vrouwen vinden een hoogbetaalde baan belangrijker dan jonge mannen. Deze verandering zat er aan te komen, en nu is hij daar: 66 procent van de vrouwen tussen de 18 en 34 geven aan dat een hoog salaris en een succesvolle carrière één van de belangrijkste dingen – zelfs hét belangrijkste – is in hun leven.
Vergeleken met andere Europese landen maken vrouwelijke wetenschappers veel minder carrière dan elders. Aan Nederlandse universiteiten studeren meer vrouwen dan mannen af – 53,6 procent van de afgestudeerden is vrouw – , maar universitaire functies worden vaker door mannen dan door vrouwen bekleed.
Tussen mannelijke en vrouwelijke HR-professionals bestaan grote beloningsverschillen. Hans van der Spek, manager van het Kenniscentrum HRM bij Berenschot: ‘We kunnen uitsluiten dat de verschillen worden veroorzaakt door full- of parttime werken. Dat hebben we bij de berekening gecorrigeerd. Ook maakt de branche waarin mannen en vrouwen werkzaam zijn, geen verschil.’
‘Ik durf niet te zeggen hoeveel die laarzen hebben gekost’, stond laatst in de Volkskrant. Sprak hier een bijstandmoeder? Nee, de vrouw die dit niet durfde te zeggen, is in het dagelijks leven verantwoordelijk voor honderden medewerkers en een begroting van ruim tachtig miljoen.
Vrouwen halen hun achterstand wat betreft pensioenopbouw maar mondjesmaat in. Het hebben van een partner blijkt zelfs de eigen pensioenpositie te schaden. Dit blijkt uit gegevens van het CBS.