Quota of de beste mens op de juiste plek?

Posted by on Nov 25th, 2013 and filed under LEIDERSCHAP, RECENT. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0. You can skip to the end and leave a response. Pinging is currently not allowed.

In 2020 moet veertig procent van de niet-uitvoerende bestuurders bij beursgenoteerde ondernemingen vrouw zijn. Dit stelt het Europese Parlement in een ontwerprichtlijn die nog goedgekeurd moet worden door de Europese Raad. Het EP dringt aan op sancties voor bedrijven die deze richtlijn niet opvolgen.

Het klinkt zeker als een sympathiek voornemen – zou het niet geweldig zijn als mannen en vrouwen samen hun landen, bedrijven en huishoudens zouden besturen. Toch wringt dat ideaal met de werkelijkheid. Europees beleid stapelen op nationaal beleid is bovendien zonde van de moeite en het geld. Transparante, eenduidige en controleerbare criteria voor carrièremakers zouden veel meer bijdragen aan gelijkwaardige carrièrekansen van vrouwen en mannen. Maar laten we eerst kijken naar de voorgestelde Europese richtlijn zelf.

One tier-board
De eis van veertig procent gaat alleen om niet-uitvoerende bestuurders. Die functie kennen we in Nederland nog weinig. Ze komen wel voor in een Anglo-Saksisch bestuursmodel, het zogenoemde one tier board-model, waarbij uitvoerende bestuurders – hier de raad van bestuur of directie – samen met toezichthouders (niet-uitvoerende bestuurders dus) één orgaan vormen. Sinds dit jaar is deze bestuursvorm opgenomen in het Burgelijk Wetboek van Nederland.
De voorgestelde richtlijn betreft dus kennelijk de benoeming van vrouwen als toezichthouder in dit soort besturen. Of bedoelen ze misschien de raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven of adviesraden van alle organisaties?
Voor meer vrouwelijke bestuurders in bedrijven zal de richtlijn niet direct zorgen. Op langere termijn zouden de vrouwelijke commissarissen wel indirect meer aandacht voor de doorstroom van vrouwelijke talenten kunnen realiseren.

Uit onderzoek van KPMG onder vijfhonderd familiebedrijven blijkt dat slechts 4% van de ondernemingen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een dergelijke bestuursvorm in te voeren. Bijna 20% van de bedrijven overweegt om de ‘one-tier’ board binnen nu en twee jaar in te voeren. Van de bedrijven die geen verandering van bestuursvorm overwegen, geeft bijna 40% aan goed uit de voeten te kunnen met een apart bestuur en een gescheiden Raad van Commissarissen. Zo’n 40% van de onderzochte ondernemingen vindt overigens dat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven groter wordt nu Nederland zich aansluit bij het in het algemeen gebruikelijke one-tier bestuursmodel.
Bron: KPMG

Tot nu toe is achttien procent van de commissarissen in de gewone RvC’s van beursgenoteerde bedrijven vrouw. Er zijn wellicht nog niet genoeg geschikte vrouwen die willen; het commissariaat is de laatste jaren verzwaard en risicovoller geworden. Zeker als er sprake van een one tier-board.
Bedrijfsbesturen hebben bovendien commissarissen nodig met ervaring in hun branche en met concrete ervaring als leidinggevende en als bestuurder. Het reservoir van vrouwen met die specifieke competenties is voor veel branches en bedrijven nog klein, vinden nog veel besturen.
In ons land geldt sinds 2011 een wettelijk vastgelegd streven van dertig procent vrouwelijke bestuurders. Het streven voor dit jaar van 22 procent wordt volgens het SCP niet gehaald. Organisaties die het streefpercentage niet halen moeten in hun jaarverslag opschrijven waarom dat niet is gelukt.

Afstraffing markt
“We hebben met deze resolutie een stevig signaal afgegeven richting de Europese Raad, maar ook naar belanghebbenden en maatschappelijke organisaties”, vindt Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, rapporteur in de commissie Vrouwenrechten. “Het is belangrijk voor de concurrentiepositie van deze bedrijven dat ze bekwame vrouwen bij hun besluitvormingsproces betrekken, zonder daarbij uiteraard de EU-principes en waarden te schenden.”

Deze merkwaardige uitsmijter van Kratsa-Tsagaropoulou in het persbericht roept de vraag op: hoezo zou het betrekken van vrouwen bij bedrijfsbesluiten de principes en waarden van de EU kunnen schenden? En hoezo houdt de rapporteur van de commissie Vrouwenrechten zich bezig met de concurrentiepositie van bedrijven? Wat is haar expertise op dat gebied? Kratsa-Tsagaropoulou is een gedecoreerd academicus die zich altijd heeft beziggehouden met openbaar bestuur, politiek en vrouwenrechten. Prima, maar ondernemingen zijn prima in staat om zelf voor hun concurrentiepositie te zorgen, en als ze dat niet doen, dan is daar de markt om ze af te straffen.

Voorvechters van vrouwenquota verwarren wel vaker het (persoonlijke of maatschappelijke) belang dat ze nastreven, met een economisch belang om hun punt kracht bij te zetten. Wetenschappelijke onderzoeken naar bedrijfsvoering en vrouwelijke bestuurders leveren tot nu toe steeds wisselende uitkomsten op. Het ene onderzoek ontkracht telkens het andere. Wie het belangrijk vindt dat vrouwen en mannen de macht moeten delen in alle hoeken van de maatschappij (goedschiks of kwaadschiks) kan daar ook gewoon voor uit komen. Daarvoor hoef je de discussie niet te vertroebelen.

Kwaliteit is criterium
Wat de zaak nog meer vertroebeld is dat Kratsa-Tsagaropoulou impliceert dat het EU-richtlijnvoorstel met dwingende quota en mèt sancties haaks staat op de principes en waarden van de EU. In het persbericht over de richtlijn staat namelijk ook:
“Wanneer kandidaten als even goed worden beoordeeld, moet de prioriteit naar de kandidaat gaan wiens geslacht in het bedrijf ondervertegenwoordigd is. Parlementariërs wijzen erop dat kwalificaties en verdienste nog steeds de belangrijkste beoordelingscriteria moeten zijn.” Waar blijf je dan met een quotum?

In de laatste alinea’s loopt de lucht er al helemaal uit: “Sancties zoals boetes, moeten vooral opgelegd worden bij niet-transparante procedures, in plaats van bij het niet halen van het doel. Parlementariërs stellen voor dat ‘uitsluiting van openbare aanbestedingen’ aan de lijst met mogelijke sancties wordt toegevoegd. Deze lijst moet verplicht worden in plaats van indicatief zoals de Commissie voorstelt.”

Bedrijven moeten dus voortaan heldere, zo objectief mogelijke selectieprocedures hebben, en kunnen uitleggen waarom ze voor de beste kandidaat hebben gekozen. Mooi. Dat kon toch veel korter?

EU-commissaris Neelie Kroes is nu al duidelijk met haar opdracht aan vrouwen: “De kansen zijn er, als vrouwen ze willen grijpen. En als het dan niet uit liefde is, doe het dan voor het geld.”

Beeld: MariusBoatca, Flickr

Follow CEO_ME on Twitter

CEO me! Handboek voor ambitieuze vrouwen – en mannen (3e druk alweer!)

“Knappe prestatie” en “niet het zoveelste boek over topvrouwen te zijn, maar juist een boek over ménsen” (Management Team)

“De auteurs hebben smeuïge verhalen boven water gekregen” en “onderhoudend en adviezen genoeg in dit boek”(NRC)

Benieuwd naar de persoonlijke inzichten, verhalen en beste carrièreadviezen van Nederlandse topmannen en topvrouwen?
Laat onder meer Jan Kalff, Mirjam Sijmons (ANWB), Pauline van der Meer Mohr (Erasmus), Karel Vuursteen en Caroline Princen (ABN Amro) je meenemen naar hun werkkamers en kijk de kunst af voor de tocht naar een topfunctie.

Bestel hier het boek. We berekenen binnen Nederland geen verzendkosten. Nieuwsgierig naar het verhaal achter CEO me? De schrijvers zijn te boeken voor (interactieve) lezingen. Stuur een mail naar sales@ceome.nl.

Share

Leave a Reply

Photo Gallery