Spreken is goud

Posted by on Sep 19th, 2011 and filed under COMMUNICEREN. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0. You can skip to the end and leave a response. Pinging is currently not allowed.

SprekenLiever een dubbele wortelkanaalbehandeling dan een woordje doen voor een groep? U bent niet de enige. Uit onderzoek van Amerikaanse psychologen blijkt dat veel mensen minder bang zijn voor de dood dan voor speechen. Volgens een kleinere Nederlandse peiling ligt dat bij Nederlanders niet zo extreem. Maar ondertussen…

‘Ongeoefende sprekers denken vaak dat elk woord en elk gebaar minutieus wordt gewogen door hun publiek’, vertelt Karen Dwyer, hoogleraar communicatie aan de University of Nebraska en auteur van verschillende boeken over spreken in het openbaar. Terwijl dat wel meevalt. ‘Zodra je er achter komt dat je het publiek met je verhaal bij de hand moet nemen, kunt helpen met je woorden en warme uitstraling, dan zul je je al wat meer op je gemak voelen’, aldus Dwyer.

De meest voorkomende ‘fout’ van sprekers is daarom niet nervositeit, maar eerder een ellenlang en slaapverwekkend betoog. Het goede nieuws is dat aan dat euvel eenvoudig valt te sleutelen. Simpelweg met een goede voorbereiding en oefening, veel oefening. Want goed spreken in het openbaar is een beetje kunst en een heleboel kunde, weten de experts.

1. De eerste klap is een daalder waard, echt waar.

Uw binnenkomst en eerste zinnen vangen de aandacht van uw publiek – of niet. Belangrijk is daarom dat uw opening tegelijk verrassend is en relevant voor het thema van uw verhaal. Vermijdt clichés over de lange file onderweg of de constant veranderende wereld. Een anekdote of persoonlijke ervaring met het thema werkt beter, net als een verrassende retorische vraag of boude stelling. Misschien kunt u even terugkomen op wat een voorganger heeft gezegd.

Val in ieder geval niet met de deur in huis, met een hoop details ineens. Laat iedereen even wennen aan uw voorkomen en stemgeluid. Een bijzonder of humoristisch plaatje kan ook het ijs breken. Mits het relevant is voor het vervolg.

Wees verder voorzichtig met bescheidenheid, adviseren Bas Andeweg en Jaap de Jong, beide universitair docent taalbeheersing en auteur van een proefschrift over de eerste minuten van toespraken. Een ‘underdog-positie’ is een risicovolle strategie, zo blijkt uit hun onderzoek.

Met een eerste zin als: ik sta hier omdat mevrouw zus en zo is geveld door de griep, wordt u meteen minder serieus genomen. Stel uzelf liever meteen voor en verwoord uw deskundigheid of betrokkenheid bij het onderwerp van uw betoog.

2. Gebruik uw stem

Met uw stem verleidt u mensen eens goed te gaan zitten voor uw toespraak. Het lastige alleen is dat nervositeit en een natuurlijke stem niet samengaan. Besteed daarom extra aandacht aan uw spreekhouding en een rustige ademhaling. Diepe ademteugen verkrampen het stemgeluid.

Rook en drink niet vlak voor uw presentatie en neem even de tijd om uw ademhaling op orde te krijgen. Span uw nek- en armspieren even stevig aan en laat ze dan los. Probeer die ontspanning vast te houden. Vergeet niet uw stembanden los te maken met wat oefenzinnetjes. Doen professionele presentatoren ook.

De meest voorkomend fout is te zacht spreken, dat komt namelijk onzeker over. Met erg luid spreken loopt weer u het risico dat uw toehoorders zich op afstand voelen gezet. Snel spreken – een bekend euvel bij nervositeit – ontaardt meestal in een weinig inspirerend verhaal dat eentonig voortraast.

Presentatiecoach Judith Bosch (in de jaren zeventig presentatrice van spelletjesprogramma als Tweekamp) adviseert in haar boek Succesvol presenteren om eens te spelen met stemgebruik. Neem een willekeurige zin en spreekt die beurtelings uit op een zakelijke toon, zacht met ontroering, heel gejaagd en vervolgens ‘op een radio 3 toontje’.

Neem dit op en luister wat voor een effect dit heeft. Probeer ook eens uit welke woorden in uw betoog u wilt benadrukken. ‘Maar’, zo waarschuwt Bosch, ‘wees zuinig met je klemtonen.’ Anders wordt het geheel nogal vermoeiend.

3. Waar laat ik in hemelsnaam mijn handen?

Net als uw stem zijn lichaamshouding, gezichtsuitdrukking en gebaren opvallende kenmerken voor uw publiek. Hebben ze hier te doen met een vertrouwenwekkend, deskundig iemand, een heel enthousiast persoon of een flapdrol? Dit oordeel wordt meestal geveld in de eerste minuten van uw presentatie.

Bij een opbeurend verhaal hoort geen statische spreekpop, maar een actieve vertelstijl met hier en daar een gebaar en een bijpassende gezichtsuitdrukking. Presenteren is een beetje acteren, maar echt toneelspel moet niet worden.

Houd oogcontact, kort en verspreid over de hele zaal. Maak zo nu en dan toepasselijke gebaren. Markeer desnoods in de tekst de fragmenten waar een bepaald gebaar goed bij past. Dit kunt u ook doen met stemaccenten. Oefen dit, ook al lijkt dit in het begin geforceerd, het hoort er echt bij.

Een spreker kan natuurlijk ook te veel bewegen, uit spanning. Let bij het oefenen ook eens op ‘irritante’ trekjes zoals friemelen met handen (nervositeit), ijsberen (onrust), armen kruizen (defensief). Oefen een basishouding die goed bij u past, bijvoorbeeld een of twee handen losjes op de katheder. Keer tijdens uw presentatie terug naar die houding.

En uw handen? De beste tip van promovendi De Jong en Andeweg luidt: gewoon langs uw lichaam laten bungelen. Daarmee stelt u zich het meest toegankelijk op voor uw publiek. In ieder geval niet over elkaar of op uw rug.

4. Maak werk van uw uitsmijter

Altijd weer blij te kunnen zeggen: en dit was het dan? Niet doen. Vat liever nog even de belangrijkste punten van uw betoog samen, een beproefde manier om uw betoog kracht bij te zetten. Vooral een retorische vraag werkt goed om uw standpunt er nog eens in te koppen. Bijvoorbeeld: ‘waar gaat het nu eigenlijk om? Om vervolgens zelf nog eens bondig te vertellen hoe het zit. Voorwaarde is wel dat u eerder al met sterke argumenten bent gekomen.

Ervaren sprekers hechten er aan een rond verhaal te houden, door aan het einde weer op het begin van hun betoog terug te komen. Besluit bijvoorbeeld met dezelfde anekdote, maar dan bijvoorbeeld gericht op de toekomst of op de aard van de gelegenheid of het publiek.

Eindig in ieder geval positief, anders laat u uw publiek achter met een rotgevoel. En beloof zeker niet te stoppen met praten, als u vervolgens nog een kwartier doorleutert. Een grotere anticlimax bestaat er niet.

5. Maar voor alles: begin altijd met een goede voorbereiding

Een toespraak uit de mouw schudden, is maar weinig zielen gegeven. De grootste lol die u uzelf kunt doen, is werk maken van een gedegen voorbereiding. Ga dit rijtje af: Wat wil ik overbrengen? Waarom houd ik deze toespraak? Hoeveel tijd heb ik om mijn verhaal te doen? En eventueel: welke audiovisuele hulpmiddelen heb ik nodig? Met dit laatste adviseert presentatiecoach Judith Bosch voorzichtig te zijn.

‘Hoe minder apparatuur, hoe minder er mis kan gaan.’ Anders is het een kwestie van thuis oefenen totdat u de bediening in uw vingers heeft. De tekst uit uw hoofd leren, ‘in uw hoofd’ stilletjes oefenen of oplezen heeft geen zin. De enige juiste manier van oefenen is uw betoog hardop uit te spreken.

Maar de allerbelangrijkste vraag die een spreker zichzelf stelt, is volgens communicatiedeskundige Karen Dwyer: wie is je publiek? ‘Je moet inspelen op de behoeften van je luisteraars,’ vertelt zij. ‘Wat willen zij graag leren van jouw verhaal? Wees aardig voor je publiek.’

Verder lezen

Vanzelfsprekend. Praktische methode om ontspannen te leren speechen, Karen Dwyer & Ted Baartmans, Harcourt Assessment € 17,50

De eerste minuten. Attentum. Benevolum en docilem parare in de inleiding van toespraken, Bas Andeweg & Jaap de Jong, Sdu Uitgevers € 35

Succesvol presenteren, Judith Bosch & Ko van Geemert, Uitgeverij Kok  € 15,90

Share

Leave a Reply

Photo Gallery